De Caninsulin® VetPen® is een stap voorwaarts voor de behandeling van suikerziekte bij de hond en de kat.

 

Verlaagt de drempel bij de diereigenaar om te behandelen

Eenvoudig en snel caninsulin® toedienen 

Nauwkeurig doseren

 

Klik op de instructievideo voor meer informatie. 

Behandeling van suikerziekte

De behandeling van suikerziekte gebeurt door middel van het toedienen van insuline. Hiervoor wordt over het algemeen gebruik gemaakt van het middel Caninsulin® . Het doel is de hoeveelheid insuline in het bloed zo hoog te krijgen dat de cellen netjes hun voorraadje suiker kunnen krijgen, maar dat er wel voldoende suiker in het bloed achterblijft. Dit gebeurt door middel van dagelijkse injecties. Zowel bij honden als katten moet 2 keer per dag een dosis Caninsulin® worden gegeven. De dierenarts bepaalt met hoeveel insuline gestart wordt. Omdat niet bekend is hoeveel insuline er nog aanwezig is en hoeveel precies nodig is, wordt de suikerspiegel de eerste tijd regelmatig gecontroleerd en zo nodig wordt de dosering Caninsulin® bijgesteld. Dat bijstellen moet in kleine stapjes gebeuren. U zult de eerste tijd na de diagnose dus regelmatig terug moeten naar de dierenarts voor controle van de suikerspiegel. Als eenmaal de juiste hoeveelheid Caninsulin® is bepaald dan is het advies om 4 maal per jaar de suikerspiegel te blijven controleren.

hond poot over gezichtTegenwoordig nodigen wij honden en katten niet alleen maar jaarlijks uit voor hun hervaccinatie, maar ook voor een periodieke gezondheidscontrole. Dit valt onder het begrip "preventieve gezondheidszorg". Voor de eigenaar noemen we dit "verantwoord huisdierbezit", wanneer deze er alles aan doet om zijn of haar huisdier gezond te houden. Tijdens deze uitgebreide controle vindt dan ook naast een vaccinatie ook een algemeen lichamelijk onderzoek plaats en krijgt uw huisdier een advies voor parasietenbestrijding  "op maat" . Het doel van de gezondheidscontrole is om de levenskwaliteit van het huisdier te optimaliseren door preventieve gezondheidszorg te combineren met de modernste diagnostische en therapeutische mogelijkheden. In het verleden reageerde men op ziekten bij (oudere) dieren in plaats van hierop tijdig te anticiperen. De nadruk ligt nu op voorlichting van de eigenaar, ziektepreventie, vroegtijdige opsporing en tijdig ingrijpen.

 

Noodzaak om te vaccineren en te ontwormen

Helaas vinden nog steeds teveel huisdiereigenaren dit soort controles niet nodig, omdat ze deze te duur vinden, het domweg vergeten of menen dat hun huisdier toch gezond is. Dat is een misvatting. Veel ziekten en aandoeningen kunnen al op relatief jonge leeftijd ontstaan en lang onopgemerkt blijven. Als het gaat om infectieziekten die voorkomen kunnen worden door vaccinatie of ontworming, is het van belang om dit op tijd te doen en regelmatig te herhalen. Daarbij gaat het om de zogenaamde populatiebescherming. Dat wil zeggen dat wanneer minimaal 80% van de honden en katten wordt gevaccineerd (dit geldt ook voor de mens), het risico dat gevaarlijke infectieziekten in ons land zich kunnen verspreiden aanzienlijk vermindert. Uit onderzoek blijkt dat slechts 35% van de katten en 65% van de honden in Nederland jaarlijks een hervaccinatie krijgt. Dit is veel te weinig. Dit geldt ook voor parasieten. In plaats van het advies om gemiddeld 4x per jaar te ontwormen, blijkt dit slechts 1,6 keer te gebeuren. Hierbij speelt ook nog eens het feit dat sommige parasieten, zoals vlooien, teken en honden- en kattenspoelwormen, de mens kunnen besmetten (zoönose). Dus parasietenbestrijding wordt ook geadviseerd in het kader van de volksgezondheid.

Vaccinatie van hond en kat

Een vaccin is een vloeistof met dode of verzwakte bacteriën en/of virussen, die in het lichaam wordt gespoten om weerstand op te wekken tegen een ziekte. Vaccins worden meestal ontwikkeld tegen ernstige, vaak levensbedreigende ziekten, die zich tussen dieren kunnen verspreiden.  Vaccins kunnen worden ingedeeld in basisvaccins, nodig voor elke hond en kat, en extra vaccins. In ons land zijn katten- en niesziekte basisvaccins voor de kat en bij de hond hondenziekte, besmettelijke leverziekte, parvo, parainfluenza en de ziekte van Weil. Als dieren naar het buitenland gaan komt daar de hondsdolheid (rabiës) bij. Daarnaast zijn er vaccins die in specifieke, individuele gevallen nuttig zijn, bijvoorbeeld wanneer het dier een verhoogd risico (via leefomgeving, levenswijze en contacten met soortgenoten) loopt op een bepaalde infectie. Omdat per individuele hond en kat wordt bepaald welk vaccin zinvol is, noemen we dit ‘vaccineren op maat’. De laatste jaren komen er steeds meer basisvaccins met tenminste 3 jaar bescherming waardoor tegen sommige ziekten minder vaak hoeft te worden gevaccineerd.

Vlooien, teken en wormen

Vlooien zijn veel voorkomende parasieten bij hond, kat en kleine zoogdieren. Ze veroorzaken jeuk en kunnen een allergische reactie opwekken. Een ernstige besmetting kan leiden tot bloedarmoede, vooral bij jonge dieren. Daarnaast kunnen vlooien leiden tot een lintwormbesmetting bij de hond en kat en tot kattenkrabziekte bij de mens. Vooral zomers zien we vlooien, maar ze kunnen zich gedurende het hele jaar ook binnenshuis ontwikkelen onafhankelijk van het seizoen. Vlooienbestrijding moet daarom meestal het hele jaar plaatsvinden.

Teken zijn spinachtige parasieten die zich tijdelijk met bloed voeden en daardoor wisselende perioden doorbrengen op de huid van hun gastheer. Ze komen hierop vanuit gras en struikgewas, onder andere in landelijke, bosachtige gebieden. Teken kunnen als overdrager (vector) optreden voor een groot aantal bacteriën, virussen en parasieten, die zowel huisdieren als hun eigenaar kunnen besmetten. Meestal gebeurt dat niet eerder dan 24 tot 48 uur na aanhechting. Controleer uw huisdier regelmatig en grondig op de aanwezigheid van teken. Verwijder ontdekte teken zo snel mogelijk met een speciale tekentang en voer ze af in een afgesloten plastic zakje en behandel de dieren preventief.

Honden en katten kunnen op elke leeftijd met wormen besmet raken, zelfs met wormen die een risico kunnen vormen voor de mens. Enkele belangrijke zijn: spoel-, haak- en lintwormen in de dunne darm. Longwormen vinden we in de longen en van de Franse hartworm leven de volwassen wormen in een bloedvat vlakbij het hart. Overleg met uw dierenarts over ontlastingsonderzoek, ontwormingsmiddelen en -schema. Om de omgevingsbesmetting met eitjes en larven te verminderen is het belangrijk om de ontlasting van uw huisdier altijd op te ruimen en op verantwoorde wijze af te voeren (niet in de groenbak). Een samenwerkingsverband van Europese parasitologen (ESCCAP Europe) biedt onafhankelijke informatie over het vóórkomen en bestrijden van parasitaire infecties bij hond en kat op de website www.esccap.eu. Ook bij de preventie van parasieten wordt een ‘op maat’ individueel aangepaste behandeling geadviseerd.